Minister Hillen blikt terug: ‘Defensie heeft aan gezag gewonnen’

Den Haag De tijd dringt ook in de nadagen van zijn ministerschap. Minister Hans Hillen, deze zomer 65 geworden, zit het laatste rechte stuk uit van de achtbaan waarin hij zich twee jaar lang heeft bevonden. "Wat me goed doet, is dat we aan gezag hebben gewonnen. Dat ik moet stoppen voordat alle pijnlijke maatregelen van de reorganisatie hun beslag krijgen, laat echter een litteken bij me achter."

Hillen kwam twee jaar terug bepaald niet in een gespreid bedje. De roerige politiek had een bezuiniging van zo’n 650 miljoen euro opgelegd en er bleken dringende herstelwerkzaamheden nodig. Het resulteerde in de beleidsnota “Een kleinere krijgsmacht in een onrustige wereld” van april 2011. De totale bezuiniging bedroeg één miljard euro. Toch besloot Hillen, voormalig CDA-woordvoerder Defensie in zowel Eerste als Tweede Kamer, de klus te aanvaarden. “De bezuiniging heeft diepe sporen getrokken. Het schrappen van de tanks is zichtbaar, maar dit heeft heel veel meer loyale medewerkers getroffen. De vorige Commandant der Strijdkrachten, generaal Van Uhm, en ik hebben veel indringende gesprekken gehad met onze medewerkers. Met de onzekerheden die er al bestaan door de financiële crisis, over bijvoorbeeld de hypotheekrente en zorgkosten, wil je niet nog eens hoeven twijfelen over je carrière.”

Hillen: snel reorganiseren

Minister Hillen zegt dan ook ‘stevig gepiekerd’ te hebben over hoe een en ander vorm moest krijgen binnen de financiële kaders die waren gesteld. “Eén ding stond voor mij vast: het moest zo snel mogelijk, dan duurt de pijn ook het kortst. Helaas is het door de structuur die wij kennen bij een reorganisatie niet volledig gelukt. De plannen staan op de rails, maar het pijnlijkste deel, waarbij we daadwerkelijk afscheid nemen van collega’s, is nog niet in uitvoering. Dat zit me dwars.” Die onzekerheid is niet goed voor de organisatie, stelt hij vast. “Er zijn daardoor veel meer mensen binnen de organisatie die vrezen voor hun baan dan nodig is. Een flink deel van onze medewerkers wordt door de ombuigingen geraakt en velen vrezen terecht of onterecht voor hun eigen baan. Dat komt de rust binnen Defensie niet ten goede.”

Dubbel

Het is echter de enige negatieve klank die Hillen laat horen. “Positieve gevolgen van de reorganisatie komen nu dus ook in beeld, zoals het inlopen van de achterstand in de voorraden”, zegt hij. Bovendien krijgt Defensie in het regeerakkoord van Rutte II geen nieuwe draconische bezuinigingen te verwerken. Dat is mede het gevolg van de professionele houding van het personeel geweest tijdens de afgelopen periode. Als de boel was gesaboteerd, hadden we dat dubbel betaald gekregen. Defensie is breed geprezen over hoe we de zaken hebben aangepakt en hoe alles in de begroting is ingepast. De sfeer in de Kamer en bij de regering is nu ook dat het genoeg is geweest met de

bezuinigingen. De doem die over Defensie hing is weg, er is meer optimisme, daar hebben we de afgelopen twee jaar een goede draai aan gegeven. Defensie heeft aan gezag gewonnen.”

Zwaardmacht

Dat heeft ook te maken met de zichtbaarheid, nationaal en internationaal. Hillen vindt de antipiraterijmissie voor de kust van Somalië een uitstekend voorbeeld. Hij hoopt oprecht dat deze missie blijft doorgaan. “Het is een klassieke taak voor de krijgsmacht, waarin Defensie eer kan leggen.” De instelling van de (Advanced) Vessel Protection Detachements aan boord van handelsschepen en de voedseltransporten van de Verenigde Naties komt uit de koker van deze minister. Stellig: “De zwaardmacht hoort in handen te zijn van de overheid. Dat mag je nooit, ook niet onder voorwaarden, vrij geven zoals andere landen doen.” Er wordt door de krijgsmacht veel samengewerkt in EU- en NAVO-verband. Verdergaande internationale samenwerking is iets waarop minister Hillen altijd heeft aangedrongen. “We moeten echter oppassen dat het niet van één kant komt door bij ons van alles te schrappen en samenwerking met andere landen als oplossing te zien.

Samenwerken mag niet gelijk staan aan bezuinigen. Dan worden we klaplopers. Ik had nog heel graag in de Kamer gedebatteerd over de samenhang tussen de soevereiniteit en internationale samenwerking. We willen onder druk van de financiën nog wel eens afspraken vergeten. Dan denken we opeens alleen maar nationaal. Denk maar eens aan de F-35. We hebben daarover niet alleen

overeenkomsten met de Verenigde Staten, maar er zijn ook enorme kansen voor samenwerking met de zogenoemde European Participating Air Forces, de huidige gebruikers van de F-16 als België, Denemarken en Noorwegen. Dat is essentieel en dat behoor je dus mee te nemen bij het vaststellen van een budget. Dat zit duidelijk nog niet in de vezels van de politiek.”

Veteranen

Die omslag zal er ook nog wel komen, verwacht Hillen, net zoals dat bij de veteranen is gebeurd. “Ik ben heel blij dat de impasse tussen de Kamer en het ministerie met de Veteranenwet tot een einde is gekomen. Onder moeilijke financiële omstandigheden is er bovendien 110 miljoen euro vrij gemaakt, waarvan de eerste uitkeringen inmiddels zijn gedaan.” Het zijn zaken waarop Hillen met tevredenheid terugblikt. Als hij een staatssecretaris had gehad, had hij vaker bij de uitgezonden troepen kunnen langsgaan. “Die bezoeken leveren altijd bijzondere ontmoetingen op. Een gesprek met een vrouwelijke Afghaanse agent in opleiding is me het meest bij gebleven. Haar zoon, ook bij de politie, was omgekomen bij een aanslag. En nu wilde zij die taak overnemen. Het is prachtig dat wij dat als Nederland mogelijk maken met deze missie.” Hillen noemt de twee jaar bij Defensie één van de vruchtbaarste periodes in zijn leven. “Er komt nu meer optimisme in beeld. De U-bocht is genomen.” En met een knipoog: “Ik heb de afgelopen twee jaar wellicht de somberheid van de oude dag uitgestraald. Daarom is het goed dat er met het oog op de toekomst iemand met een frisse blik en met een jeugdig elan op dit departement komt.” Hillen zal de gesprekken, het directe contact bij Defensie missen. “Ik ben Defensie dankbaar voor de manier waarop we er met zijn allen voor zijn gegaan. Ik heb de organisatie daarom met hart en ziel kunnen verdedigen.” En wat nu? “Ik heb de afgelopen periode weinig kunnen nadenken; afstand kunnen nemen. Ik wilde al mijn tijd nog aan Defensie besteden, en ben daarom nog helemaal niet bezig geweest met mijn eigen toekomst. Ik heb dan ook geen plannen, maar er komt vast wel wat op mijn weg.”

Tekst: Evert Brouwer

Bron: Defensiekrant, nummer 33, d.d. 8 november 2012

Minister Hillen blikt terug