Ik heb er geen moment spijt van gehad...

De koude oorlog, een goed salaris, een aantrekkelijke startpremie, werken in teamverband en uitdagend en afwisselend werk waren de redenen waarom ik voor de Koninklijke Landmacht koos. Ik heb er geen moment spijt van gehad. 

Samen met zo’n tachtig nieuwe collega’s begon ik in augustus 1978 aan de opleiding tot Officier voor Speciale Diensten. Op de Seeligkazerne in Breda leerden we in een jaar tijd niet alleen alle fijne kneepjes van het soldatenvak maar was er ook heel veel aandacht voor leiderschap en het verleggen van fysieke en mentale grenzen. Een mooie en gedegen opleiding die voor mij als HTS’er Weg- en Waterbouwkunde werd afgesloten met een plaatsing op het Genie Opleidingscentrum in Vught. Daar leerde ik het veelzijdige genievak. Precies twee jaar na indiensttreding werd ik benoemd tot Eerste Luitenant en legde ik in handen van de Commandant van het Regiment Genietroepen de eed af. Het begin van een loopbaan waar ik heel veel voldoening uithaalde. 

Mijn eerste baan zou commandant van een nieuw op te richten duikerpeloton worden. Daarvoor moest ik eerst zelf de duikopleiding doorlopen. Een behoorlijke uitdaging als je bedenkt dat ik niet kon zwemmen en het militaire duiken helaas in niets bleek te lijken op het sportduiken dat zo vaak op de TV was te zien. Geen helder blauw water maar in donker en kou je werk proberen te doen met kompas, snijd- en lasapparatuur, boutenschiethamer en explosieven. Het siert de kwaliteit van de opleiding en de instructeurs dat ik zes maanden later alle diploma’s had en mijn eigen duikpersoneel mocht gaan opleiden. Maar het typeert ook de cultuur van de Landmacht: vertrouwen hebben in en verantwoordelijkheid geven aan haar Junior Leadership

Tot 1990 wisselde ik operationele plaatsingen af met bedrijfsopleidingen. Daarna volgde een periode van circa 10 jaar met niet-operationele functies. Onder meer werkte ik in die tijd bij de Regionale Directie Zuid-Holland, een organisatie die in de toegewezen regio verantwoordelijk was voor beheer, (groot)-onderhoud en nieuwbouw van vliegvelden en kazernes. Daarvoor hadden we de beschikking over alle technische disciplines waardoor het hele traject van programmafase tot en met beheerfase in eigen hand was. Als Directeur Productie van dit militaire architectenbureau was ik verantwoordelijk voor het realiseren van de omzet. Een job die aan dynamiek won omdat de directie als één van de eerste publieke organisaties moest overgaan tot de agentschapstatus. Een succesvolle overgang trouwens want al in het tweede agentschapjaar boekten we op een omzet van 20 miljoen guldens circa 3 miljoen aan doelmatigheidswinst. Aan deze functie heb ik het inzicht  overgehouden dat met het instrument agentschap, mits goed toegepast, overheidsdiensten aanmerkelijk efficiënter kunnen werken. 

Vanaf 2000 kregen de operationele functies weer meer de overhand. Begin 2000 werkte ik in Kosovo als Chef-staf van het contingent Nederlandse troepen dat daar de wederopbouw ter hand had genomen. Daarna werd ik geplaatst als Plaatsvervangend Brigadecommandant en Chef-staf van de 41ste Gemechaniseerde Brigade, een Landmachteenheid met een sterkte van ongeveer 2500 mannen en vrouwen in het Duitse Seedorf. Het buitenland en de Balkan bleven trekken en op verzoek mocht ik in 2003 Defensieattaché worden in Griekenland en Albanië. Mijn vrouw en ik woonden in Athene maar vaak was ik in Albanië te vinden omdat vooral daar de uitdagingen lagen. Zo hield ik mij bezig met de onderofficiersopleiding, met het rehabiliteren van het militaire ziekenhuis en met de modernisering van de Albanese Marine. In dat kader schreef ik een strategisch advies voor het Albanese Ministerie van Defensie voor een nieuwe organisatie van de Albanese zeemacht. Het adviesrapport, Albanian Coastguard on Dutch Lines, resulteerde uiteindelijk in de levering aan de Albanese Marine van vier hightech Offshore Patrol Vessels door DAMEN Shipyards. Dit was mogelijk door een substantiële subsidie op het project door de Nederlandse regering. Omdat drie van de schepen lokaal werden gebouwd waren er bovendien gunstige gevolgen voor de ontwikkeling van de Albanese economie, werkgelegenheid en industriële kennis. In deze periode heb ik ervaren dat een goede samenwerking tussen het Nederlandse bedrijfsleven en onze publieke organisaties kan leiden tot een even succesvolle als efficiënte ontwikkelingssamenwerking. 

Mijn laatste functie bracht mij terug naar waar ik ooit begon. In 2006 werd ik commandant van het Opleiding- en Trainingscentrum van de Genie in Vught. Inmiddels een modern technisch opleidingsinstituut dat tot de grootste van Nederland behoort. Zeg maar een ROC voor militairen met een personeelsbestand van 320 VTE’n, met jaarlijks 5000 opleidingsplaatsen en met opleidingsrichtingen variërend van elektrotechniek, timmeren en metselen tot bedienaar van bouwmachines, kranen en kippers en het veilig omgaan met springstoffen. Daarnaast was ik als Senior Chief Engineer adviseur van Commandant Landstrijdkrachten op het gebied van Military Engineering. In deze functie ben ik er meer dan ooit van overtuigd geraakt dat de krijgsmacht nauwer moet samenwerken met andere publieke organisaties en met het bedrijfsleven. Alleen zo kunnen we de nationale en internationale veiligheidsproblematiek efficiënt het hoofd bieden. 

Mijn laatste functie was projectmanager voor één van de grotere, recente bezuinigingsprojecten binnen de Landmacht. Onder mijn sturing werkten jonge officieren een nieuwe visie voor de Landmacht uit op het gebied van opleiden, trainen en innovatie. Een visie met als kern: minder kosten door méér opleiden op de arbeidsplaats en intensievere samenwerking met civiele onderwijsstructuren en het bedrijfsleven. Een visie die weliswaar werd geboren uit geldnood maar onder het motto “never waste a good crisis” ook kansen biedt om de zorg voor onze veiligheid verder te professionaliseren en breder in Nederland weg te zetten. 

Begin november 2011 ging ik met functioneel leeftijdsontslag. Met veel voldoening kijk ik terug op een mooie loopbaan. Ik heb me bij de Landmacht fantastisch en veelzijdig kunnen ontwikkelen. Ik heb vele mooie functies mogen vervullen. Functies met voor de civiele maatschappij soms misschien wat vreemd klinkende namen maar waarin bijna altijd identieke bedrijfsprocessen als in de private sector en de rest van de publieke sector moesten worden geleid. Ik ben 57 jaar. Te jong om met pensioen te gaan. Zonde ook om een schat aan opgedane ervaring ongebruikt te laten, zeker in een tijd als deze waarin de schouders van iedereen eronder moeten. Ik ben ervan overtuigd dat wij oudere militairen iets te bieden hebben aan de Nederlandse maatschappij. In die zin hoop ik dat M4B de komende jaren flink zal groeien!

 

Deze kandidaat is momenteel werkzaam als Adviseur Bouw Buitenland op een opdracht.