Als je denkt in vijanden, dan heb je ze ook...

Een M4B-kandidaat vertelt...

De rode draad in mijn militaire loopbaan is eenvoudig: samenwerking is de grondslag voor elke vorm van leven, maar als je denkt in vijanden, dan heb je ook vijanden.

Naast erfelijke aanleg zijn voor de vorming van elk individu vooral opvoeding, scholing, relaties en ervaringen van belang. Alleen al de taal die men leert spreken, bepaalt in grote mate het denken. Dat beseffend, is elke andersdenkende te verklaren! Anderen (ver)oordelen geschiedt op basis van het aangeleerde denkpatroon en zo zullen deze anderen vanuit hun opvoeding, scholing en ervaringen ook over ons oordelen. Wie zich bewust is van deze eenvoudige regel, ziet in dat vijandschap niet nodig is. Een moeder die haar kind opvoedt in haat tegen een andere bevolkingsgroep, mag echter niet verbaasd zijn dat het later sneuvelt in een onnodige burgeroorlog. Is dit inzicht uitsluitend gebaseerd op militaire ervaring? Misschien, maar het leidt tot wijsheid en het besef dat samenwerking altijd mogelijk is als men weet hoe de ander denkt, en waarom deze zo denkt. Dat inzicht is overal bruikbaar en een militair kan dat op grond van zijn ervaringen heel goed uitdragen.

Collega’s gingen al in op het uitstekende opleidingssysteem van de Nederlandse krijgsmacht, waarbij elke tien jaar ervaring wordt opgevolgd door een opleiding om succesvol functioneren op een hoger niveau mogelijk te maken. Al snel na het afronden van de militaire academie in Breda werd ik als Luitenant Logistiek bij een militaire eenheid verantwoordelijk gesteld voor alles behalve de daadwerkelijke gevechtstraining. De hele logistiek, de keuken en de bevoorrading met voedsel, brandstof en munitie, maar ook het onderhoud van de voertuigen en het overige materiaal werden schijnbaar achteloos overgelaten aan een jonge luitenant. Ik leerde dat iemand die het vertrouwen krijgt, veel kan presteren. Zelf paste ik dat ook toe en het was opvallend hoe tot op het laagste niveau de meeste Nederlandse dienstplichtigen uitstekend functioneerden als je hen behandelde zoals je zelf behandeld wilde worden. Natuurlijk was er wel enige controle nodig, en die kreeg ik zelf ook, maar ik noem dat liever aandacht, want alles wat aandacht krijgt, groeit.

In alle volgende functies, die ik vrijwel allemaal gedurende drie jaren mocht vervullen, heb ik vertrouwen en het goede voorbeeld kunnen geven en dat bleek even effectief in mijn werk als bij de opvoeding van onze kinderen. Na de hogere krijgsschool kregen de functies een ander karakter en werd het spel subtieler. Men sprak van de slangenkuil bij het ministerie, verwijzend naar de strijd tussen de marine, landmacht, luchtmacht en later ook de marechaussee om een deel van het gestaag krimpende budget. Toch bleek ook hier samenwerking prima mogelijk als je bereid bent je te verdiepen in de belangen van alle betrokkenen en het gezamenlijk doel voor ogen blijft houden. Het gaat immers om het functioneren van de gehele organisatie en niet om het belang van een krijgsmachtdeel. Weerstand tegen verandering, de angst voor het wegvallen van bestaande verhoudingen en het blijven nastreven van deelbelangen komen natuurlijk in elke organisatie voor. Als ervaringsdeskundige kan ik mensen ervan overtuigen breder te kijken en flexibel mee te bewegen om te kunnen blijven voortbestaan. Ook in de natuur richt bamboe zich na elke storm weer op, maar zal zelfs de stevigste eik op den duur ontworteld raken.

In plaats van de ‘tertiaire vorming’ die Defensie aan hogere functionarissen biedt, mocht ik met 39 andere International Fellows, een spiegel voorhouden aan 360 Amerikaanse leeftijdsgenoten op het US Army War College. De naam van dit instituut geeft misschien te denken, maar onder het logo staat: “Not to promote war, but to preserve peace”. Desondanks viel het niet mee om hier de concepten uit te dragen van preventive defence en defence, diplomacy and development. Veel van mijn Amerikaanse collega’s meenden dat met geweld een overwinning kan worden behaald. Inmiddels weten ook zij dat alleen dictators enige tijd met geweld aan de macht kunnen blijven. Ik schetste hen dat de structuur, de doctrine, het leiderschap en de training van de krijgsmacht voldoende flexibiliteit moest hebben om een meer diplomatieke rol van militairen toe te staan. Dat kan voorkomen dat werkelijk militair geweld noodzakelijk is, mits er ook hier serieus naar de belangen van alle betrokkenen wordt gekeken. De slotzin van menig betoog was dan ook: “To preserve the peace, one should not only prepare for war, but foremost invest in alliances and mutual understanding.” Deze universele waarheid kan elk bedrijf toepassen!

Terug in Nederland werd de volgende defensienota gepubliceerd en transformeerde de krijgsmacht verder tot de huidige flexibele organisatie van beroepsmilitairen die in diverse internationale verbanden trachten de vrede te handhaven. Gebruik makend van civiele informatietechnologie werden rap systemen en netwerken ontwikkeld die ook te velde onder de meest uiteenlopende omstandigheden bruikbaar zijn. Steeds meer werd beseft dat kennis van de locale machthebbers van het grootste belang is om enig effect te kunnen bereiken. Inlichtingen dus, niet over ‘de vijand’, maar over alle betrokkenen met belangen in het gebied van onze verantwoordelijkheid. Ook in Brussel, bij de EU en bij de NATO, heb ik ervaren dat dit principe onverkort geldt: als we iets willen bereiken, moeten we rekening houden met elkaars belangen en gezamenlijk trachten het afgesproken doel te bereiken. Dat lukt alleen als men aandacht heeft voor elkaar, investeert in oprechte onderlinge relaties en bereid is flexibel mee te bewegen om de onontkoombare veranderingen te geleiden naar een vreedzame evolutie van de mensheid. Dan kan iedereen uitstekend presteren, ook in het bedrijfsleven.

 

Deze kandidaat is beschikbaar als Verandermanager, Logistiek Manager/Directeur of als Adviseur Informatietechnologie en/of Cyber Defense.